Kosten

De licentiestraf op groei, en hoe eigenaarschap ze breekt

Per-gebruiker prijzen koppelen uw softwarekost aan het aantal mensen dat u aanwerft, niet aan de waarde die u bouwt.

Berkan Alci, oprichter van YK TechnologiesBerkan Alci7 min lezenDirectie, finance en IT

In het kort

  • Per-gebruiker prijzen koppelen uw kost aan hoofden: elke aanwerving vermenigvuldigt de licentie over tientallen apps.
  • Gemiddeld 44% van de SaaS-licenties is verspild of onderbenut, en ongeveer de helft wordt echt gebruikt (Zylo, 2024).
  • Wereldwijde SaaS-uitgaven stegen in 2024 met circa 20% tot 247 miljard dollar, richting bijna 300 miljard in 2025 (Gartner).
  • Het geld lekt weg via automatische verlengingen, licenties van vertrokken mensen en drie tools die hetzelfde doen.
  • Een platform in eigendom laat groei infrastructuur kosten in plaats van gebruikers; de code staat in uw eigen repository.

U werft iemand aan. Dag één krijgt die persoon een mailbox, een chataccount, een projecttool, een CRM-login, een designpakket, een BI-dashboard. Elk van die accounts heeft een prijs per stoel, per maand. Vermenigvuldig dat met elke nieuwe collega en u ziet wat er gebeurt: uw softwarekost groeit even snel als uw team, of die software u nu meer oplevert of niet.

Dat lijkt logisch tot u het optelt. Een team dat verdubbelt, verdubbelt zijn licentiekost. Maar een team dat verdubbelt, gebruikt niet plots dubbel zoveel software. Het gebruikt dezelfde software, met dubbel zoveel logins. U betaalt voor stoelen, niet voor werk.

Waarom per-gebruiker prijzen groei bestraffen

Het per-gebruiker model is comfortabel voor de verkoper en gevaarlijk voor u. Voor de leverancier is het perfect voorspelbaar: zijn omzet stijgt automatisch mee met uw succes. Groeit u, dan groeit zijn factuur. U doet het werk, hij int de opslag.

Voor u werkt het omgekeerd. De kost hangt vast aan een getal dat u net wil zien stijgen, namelijk uw personeelsbestand. Elke aanwerving is goed nieuws voor het bedrijf en tegelijk een nieuwe regel op tien of twintig facturen. Niemand neemt die beslissing bewust. Ze wordt genomen door een verlengingsclausule die u ooit hebt getekend.

Vraag het aan finance en u krijgt zelden één getal terug. De kost zit verspreid over afdelingsbudgetten, kleine kaartbetalingen en jaarcontracten die op verschillende momenten vervallen. Elk stukje is verdedigbaar. Het totaal is nooit besproken. Dat is geen slordigheid, het is de natuurlijke uitkomst van een model dat kopen makkelijk maakt en optellen moeilijk.

Reken het door. Een medewerker heeft al snel toegang tot tien tot twintig betaalde tools, elk met een eigen maandprijs per stoel. Die prijzen ogen klein op één factuur. Opgeteld over alle tools en alle mensen worden ze een van uw grootste terugkerende posten, en die post schaalt lineair met uw wervingsplan. U koopt geen software meer, u abonneert zich op uw eigen groei.

Er zit ook een tijdsbom in. Hoe langer een tool meedraait, hoe dieper hij in uw processen zit, en hoe duurder het wordt om te vertrekken. De prijs per stoel is het instapbedrag. De echte kost is de afhankelijkheid die elke maand groeit. Een prijsverhoging bij een tool die uw hele team gebruikt, onderhandelt u niet weg. U slikt ze, omdat het alternatief migreren is en dat durft u niet meer.

De wildgroei die niemand optelt

Het probleem is niet één te dure tool. Het is dat niemand het totaal ziet. Software wordt zelden centraal aangekocht. Marketing neemt zijn eigen suite, sales zijn eigen CRM, product zijn eigen roadmaptool, finance zijn eigen rapportagepakket. Elk daarvan is een redelijke beslissing op afdelingsniveau. Samen vormen ze een portfolio dat niemand in zijn geheel beheert.

De cijfers zijn ontnuchterend. Volgens Zylo (2024) is gemiddeld 44% van de SaaS-licenties in een organisatie verspild of onderbenut, en wordt ongeveer de helft van wat een bedrijf koopt echt gebruikt. U betaalt met andere woorden voor twee stoelen om er één te vullen. Een gemiddeld bedrijf draait daarbij tientallen SaaS-applicaties naast elkaar, stuk voor stuk per afdeling aangekocht en per gebruiker gefactureerd.

Voor IT is dat een tweede rekening bovenop de eerste. Elke tool is een eigen accountbeheer, een eigen set toegangsrechten, een eigen plek waar bedrijfsdata belandt. Meer stoelen betekent niet alleen meer factuur, maar ook meer oppervlak om te beveiligen, te onboarden en weer af te sluiten. De licentiekost is zichtbaar. De beheerlast eronder is dat zelden.

Die feiten versterken elkaar. Hoe meer losse tools, hoe meer overlap, en hoe meer licenties die technisch actief zijn maar praktisch stilliggen. De verspilling is geen incident. Ze zit ingebakken in een model waarin elke afdeling apart koopt en niemand het geheel afrekent.

Waar het geld precies zit

Als u wil weten waar het weglekt, kijk dan niet naar de grote contracten. Kijk naar de details die op automatische piloot draaien.

  • Automatische verlengingen. Contracten die zichzelf elk jaar vernieuwen zonder dat iemand ze opnieuw beoordeelt. De opzegtermijn is vaak net lang genoeg om ze te missen.
  • Licenties van vertrokken mensen. Iemand verlaat het bedrijf, maar zijn stoel in acht tools blijft actief en gefactureerd. Offboarding stopt bij de mailbox, niet bij de SaaS-facturen.
  • Drie tools die hetzelfde doen. Twee teams kochten los een projecttool, een derde kwam mee bij een overname. U betaalt drie keer voor dezelfde functie, plus de tijd om ze naast elkaar te houden.
  • Stoelen voor de zekerheid. Pakketten die per tien of per vijfentwintig verkocht worden, waarvan u de helft nooit invult maar wel betaalt.

Geen van deze posten is groot genoeg om alarm te slaan. Dat is precies het punt. Ze zijn ontworpen om onder de drempel te blijven waarop iemand ingrijpt. Opgeteld over een jaar, over alle tools, over elke afdeling, vormen ze een bedrag dat directie en finance zelden in één overzicht te zien krijgen.

De eerste stap is banaal en wordt zelden gezet: leg alle contracten, kaartbetalingen en actieve accounts naast elkaar op één blad, met wie ze gebruikt en wat ze kosten. Bijna elk bedrijf dat die oefening doet, vindt tools waarvan het niet wist dat het ze nog betaalde. Niet uit slordigheid, maar omdat het overzicht bij niemand op de functieomschrijving stond.

De echte vraag: aan waarde of aan hoofden?

Zet de vraag anders. Waaraan zou uw softwarekost eigenlijk gekoppeld moeten zijn?

Aan waarde. Aan wat het systeem voor u doet: orders verwerken, klanten bedienen, processen automatiseren, data ontsluiten. Die waarde hangt niet af van hoeveel mensen toevallig een login hebben. Een order is een order, of vijf of vijftig collega's het systeem openen.

Het per-gebruiker model koppelt uw kost aan de verkeerde as. Het rekent af per hoofd, terwijl uw waarde ontstaat per proces, per klant, per transactie. Zolang die twee gescheiden lopen, betaalt u een boete op het aanwerven van mensen, precies de beweging waaraan u een gezond bedrijf herkent.

De kern Per-gebruiker prijzen koppelen uw kost aan het aantal mensen, niet aan de waarde die u levert. Elke aanwerving vermenigvuldigt de licentie over tientallen apps. Eigendom draait dat om: groei kost dan infrastructuur, geen gebruikers.

Dit is geen randfenomeen. De wereldwijde SaaS-uitgaven groeiden in 2024 met ongeveer 20% tot 247 miljard dollar, en gaan richting bijna 300 miljard in 2025 (Gartner, 2024). Die curve is voor een groot deel de optelsom van bedrijven die per hoofd meer betalen, niet die per hoofd meer waarde krijgen.

Wat eigenaarschap verandert

Er is een andere manier om software te bekostigen. Niet huren per stoel, maar bouwen en bezitten.

Een platform in eigendom draait op infrastructuur die u zelf beheert of afneemt tegen verbruik. De kost daarvan hangt af van wat het systeem doet: hoeveel het verwerkt, hoeveel het opslaat, hoeveel het berekent. Niet van hoeveel mensen inloggen. Werft u tien mensen aan, dan krijgen die tien toegang zonder dat er tien licenties bijkomen. De marginale kost van een extra gebruiker zakt naar nul.

Dat ontkoppelt uw groei van uw softwarekost. Groei kost dan capaciteit, en capaciteit is voorspelbaar en goedkoop geworden. U breidt uw team uit zonder dat een verlengingsclausule meegroeit. De grafiek van uw team en de grafiek van uw licentiekost lopen niet langer parallel.

De tweede verschuiving zit in bezit. Bij een platform in eigendom staat de code vanaf dag één in uw eigen repository. U bent geen huurder die elk jaar opnieuw onderhandelt over een prijs die de leverancier bepaalt. U bezit het systeem waarop uw bedrijf draait, en daarmee de vrijheid om te stoppen, te wijzigen of het door iemand anders te laten verderbouwen.

De tegenwerping ligt voor de hand: bouwen kost vooraf meer dan huren. Dat klopt op dag één. Het punt is de helling erna. Een abonnement per gebruiker begint laag en stijgt met elk hoofd, elke indexatie, elke nieuwe module. Een platform in eigendom vraagt een investering vooraf en vlakt daarna af. Ergens kruisen die twee lijnen elkaar, en vanaf dat punt betaalt het model in eigendom zichzelf elke maand opnieuw terug. Waar dat kruispunt ligt, hangt af van uw omvang en uw groeitempo. Voor een bedrijf dat aanwerft, ligt het dichterbij dan de meeste mensen denken.

Voor u een euro verschuift, loont het om te weten wat u vandaag betaalt. Reken de terugkerende kost door over al uw tools en gebruikers, en zet dat naast een model waarin groei infrastructuur kost in plaats van stoelen. Meestal zit het verschil niet in één dure tool, maar in de optelsom die nooit op één blad stond.

Zo werkt YK Technologies. Wij zijn een Belgisch, door de oprichters geleid bedrijf dat één platform in eigendom bouwt in plaats van een stapel abonnementen te verkopen. De code staat in uw repository, op EU-cloud, met beveiliging op NIS2-niveau. We bouwen in golven, met een go/no-go op elke poort, zodat u nooit vastzit aan een keuze die niet meer klopt. Geen licentie per gebruiker. Eén systeem dat de verspreide tools vervangt, en de lock-in mee.

De vraag is niet of software geld mag kosten. Natuurlijk mag ze dat. De vraag is waaraan die kost vasthangt. Zolang u per hoofd betaalt, betaalt u een boete op elk succes dat uw team groter maakt. Ontkoppel de twee, en groei wordt weer wat het hoort te zijn: een reden om te bouwen, niet een regel die zich vanzelf vermenigvuldigt.

Wilt u dit toepassen op uw eigen situatie?

Belgisch, founder-led en gebouwd om over te dragen. Eén e-mail volstaat.